CasinoZorgplicht, zondag 1 november 2026. Column onderzoeksjournalist Gregor Prizmic Martini
Een voormalig journalist in de Tweede Kamer, een staatssecretaris met een hoogst merkwaardig antwoord en ineens een vraag over de Hoge Raad. De nieuwe Kamervragen van CDA’er Tijs van den Brink verdienen aandacht. Ik vermoed dat meer journalisten dan alleen ik nieuwsgierig zijn naar de antwoorden.
Vrijdag 30 oktober stelde Van den Brink elf Kamervragen naar aanleiding van een artikel in Trouw over miljoenenboetes die de Kansspelautoriteit oplegt aan illegale gokbedrijven, maar nauwelijks weet te innen.
De vragen gaan onder meer over illegale goksites, Malta en handhaving. Maar bij vraag 10 verschijnt ineens de Hoge Raad en dat uiterst opvallende arrest over illegaal online gokken, op 3 juli 2026.
Geen van beide. Pardon?
Na de Zembla-uitzending Gokkers in je tijdlijn in april 2026 stelde Van den Brink samen met andere Kamerleden al eerder vragen. De Tweede Kamer wilde weten:
‘Is het rolmodellenverbod jarenlang onvoldoende gehandhaafd of was de regelgeving onvoldoende duidelijk?’
Het antwoord van staatssecretaris Claudia van Bruggen op vraag 3 luidde:
‘Ik kom niet tot één van beide geschetste conclusies.’
Geen van beide dus.
Dat antwoord vind ik nog altijd bijna niet serieus te nemen.
De Kamer legde twee duidelijke verklaringen voor. Van Bruggen wees ze allebei af zonder overtuigend uit te leggen wat er dan wél aan de hand was. Wie beide verklaringen van tafel veegt hoort toch minstens te kunnen onderbouwen waarom? Het was een multiplechoicevraag, het goede antwoord stond er toch echt tussen.

Ik correspondeer al jarenlang met de Ksa. De retoriek van de antwoorden op deze Kamervragen in juni over ‘Zembla’ kwamen mij verdacht bekend voor. Veel uitleg over inspanningen en toezicht en tegelijkertijd weinig concrete resultaten.
Of de toezichthouder Kansspelautoriteit daadwerkelijk heeft meegeschreven aan deze antwoorden weet ik niet. Maar in een parlementaire democratie legt de staatssecretaris politieke verantwoording af over het functioneren van de toezichthouder. Kortom, dat zou niet mogen. Het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) hoort zelf de antwoorden te formuleren op Kamervragen en is verantwoordelijk.
Anders wordt het wel een erg gezellige vorm van zelfcontrole. Want wie controleert eigenlijk wie?

Zo zou in een perfecte wereld de democratische rechtstaat moeten functioneren
Een CDA’er met een journalistieke radar
Van den Brink is niet de eerste CDA-politicus die zich met de goksector bemoeit. Zijn partijgenoot Derk Boswijk, inmiddels staatssecretaris van Defensie, noemde online casino Unibet eerder bij BNR Nieuwsradio een ‘veelkoppig monster’.
Van den Brink heeft ruim dertig jaar journalistieke ervaring. Iemand met zo’n achtergrond heeft doorgaans een goed ontwikkelde radar voor verhalen die vragen oproepen. En vermoedelijk een behoorlijk adressenboek.
Waarom vraagt hij juist nu naar het arrest van 3 juli 2026, waarin de Hoge Raad oordeelde dat overeenkomsten met illegale gokaanbieders niet automatisch ongeldig zijn?
Heeft iemand hem ergens op gewezen? Of is het zijn eigen belangstelling? Geen idee. Maar niet alleen mijn nieuwsgierigheid is gewekt als ik zo m’n oor te luister leg.
Sinds het aantreden van Michel Groothuizen als bestuursvoorzitter in juli 2024 is de positie van de Kansspelautoriteit er wat mij betreft niet minder discutabel op geworden. Reden genoeg om ook deze Kamervragen met argusogen te volgen.
Misschien schept het slot van De CasinoChaos waarvan de laatste twee afleveringen momenteel worden opgenomen eind november 2026 nog enige duidelijkheid. Of dat nieuwe journalistieke vragen of zelfs Kamervragen oplevert, zullen we zien.
Die voorspelling durf ik zelf best aan. Alleen niet op het in Nederland illegale voorspellingsplatform Polymarket.
Voorlopig ben ik eerst benieuwd naar wat staatssecretaris Van Bruggen gaat antwoorden. En of ‘geen van beide’ deze keer opnieuw volstaat.